Home     Forum     Volkel AB     AIM     Movements     Airshow     Contact     Links

 


AIM voorbeeld artikel: Technische Dienst (verschenen in AIM 1996-1)

Thrust vectoring

 Sinds 1988 worden er steeds meer fighters experimenteel uitgerust met motoren die de stuwkracht kunnen richten
 om te manoeuvreren, ofwel 'thrust vectoring'. Blijkbaar is deze nieuwe technologie zo interessant dat luchtmachten
 en fabrikant het zich bijna niet kunnen veroorloven dit onderwerp te negeren. In deze Technische Dienst kijken we
 naar de reden voor de populariteit van thrust vectoring.

 Zoals in dit artikel zal blijken, biedt thrust vectoring op de volgende punten voordelen voor een fighter:
    1.    betere manoeuvreerbaarheid, inclusief post-stall manouvring
    2.    betere prestaties, zoals vliegbereik en benodigde startbaan   
    3.    betere stealth-eigenschappen

 Deze onderwerpen zullen onder de loep genomen worden, en vervolgens worden de prototypes met thrust-
 vectoring nader bekeken.

 Verbeterde manoeuvreerbaarheid

 Na de kunsten van de X-31 op Le Bourget is het duidelijk geworden dat er geheel nieuwe manoeuvres ontstaan
 door het gebruik van thrust vectoring. Met thrust vectoring is er een nieuwe dimensie toegevoegd aan het
 manoeuvreren: post-stall manouvrability. Om post-stall manouvring te begrijpen is het eerst nodig om nog eens te
 kijken naar twee aspecten van het vliegen: de besturing van een conventioneel vliegtuig, en de stall (het
 overtrekken).

 De besturing van een conventioneel vliegtuig

 Omdat thrust vectoring besturingstaken over kan nemen van de normale besturingsvlakken, is het belangrijk om
 nog eens te kijken naar de besturing van een conventioneel vliegtuig. Er zijn drie basisbewegingen die het vliegtuig
 kan maken:

 Rollen: het draaien om de lengte-as. De belangrijkste
 reden hiervoor is natuurlijk het maken van bochten. Het
 vliegtuig wordt meestal gerold door de rolroeren (ailerons)
 aan de uiteinden van vleugels
Pitchen (Nederlands: stampen): het draaien van het vliegtuig om de dwars-as. Dit doet de vlieger om de lift toe of af te laten nemen. Het pitchen gebeurt door uitslagen van het horizontale staartvlak.
 Yawen (Nederlands: gieren): het laten draaien van het
 vliegtuig om de top-as. Dit gebeurt bij fighters maar
 beperkt, voornamelijk in de start en landing. Het yawen
 gebeurt door een uitslag van het rudder aan het
 verticale staartvlak.

 De staartvlakken vervullen naast de besturingstaken nog twee andere belangrijke functies:
    1. stabiliserende functie: als het vliegtuig uit zijn evenwichtstand raakt zorgen de staartvlakken er voor dat het
        vliegtuig weer in de oorspronkelijke stand terug komt.
    2. trimmen: de horizontale staartvlakken hebben de functie om het vliegtuig te trimmen. Afhankelijk van de lig-
        ging van het zwaartepunt van de vliegtuig en de vliegsnelheid leveren de horizontale staartvlakken een kracht
        naar boven of naar beneden, die het vliegtuig precies in balans houden.

 De stall

 Bij een gegeven vleugel is de lift afhankelijk van drie
 variabelen:
   1. De snelheid: hoe hoger de snelheid, hoe meer lift
       er opgewekt kan worden
   2. De luchtdichtheid: hoe hoger het vliegtuig vliegt,
       des te ijler wordt de lucht, en des te kleiner
       wordt de lift
   3. De invalshoek: de richting waarin de lucht op de
       vleugel afkomt (de stand van het vliegtuig). Hoe
       groter de invalshoek, des te groter de lift


 
Deze drie variabelen kunnen op allerlei manieren gecombineerd worden. Als een vliegtuig op een bepaalde hoogte
 langzamer gaat vliegen, zal de invalshoek moeten toenemen om dezelfde liftkracht te behouden (de neus gaat
 omhoog). Als het vliegtuig sneller gaat vliegen, moet de invalshoek verkleind worden, omdat het vliegtuig anders
 gaat stijgen. Op grote hoogte met een grotere invalshoek gevlogen moeten worden dan op lage hoogte (bij een
 zelfde snelheid).

 Aan de invalshoek zit wel een limiet: bij een te grote invalshoek neemt de lift niet meer toe, maar zelfs dramatisch
 af. Dit punt wordt de stall genoemd, ofwel overtrek in het Nederlands. Bij airliners en sportvliegtuigen ligt de stall
 bij zo'n 12 tot 20 graden invalshoek. Bij fighters is deze hoek meestal wat groter (zo'n 15 tot 35 graden) omdat de
 vleugelvorm anders is. Als een vliegtuig voorbij de stall gevlogen wordt kan dit gevaarlijke toestanden opleveren.
 Enkele voorbeelden van het vervelende gedrag bij de stall zijn:

  • Bij een stall neemt de lift dus plotseling dramatisch af. Het vliegtuig verliest plotseling snel hoogte, wat in de start en landing fataal kan zijn. Een stall herstellen (meestal door snelheid te winnen) kost nog meer hoogte.
  • Als één vleugel net iets eerder overtrekt als de andere, rolt het vliegtuig zeer abrupt naar de gestallde vleugel
  • Als dicht bij de stall de rolroeren worden gebruikt, overtrekt de vleugel waarvan het rolroer naar beneden beweegt. Je stuurt bijvoorbeeld naar rechts, en plotseling rolt het vliegtuig fel naar links.
  • Het verticale staartvlak werkt bij hoge invalshoeken steeds slechter, omdat het steeds verder in het zog van de romp komt. Hierdoor neemt de stabiliteit drastisch af, waardoor de neus oncontroleerbaar naar links of rechts kan yawen.
  • Net als de vleugel raakt ook de horizontale staartvlakken overtrokken bij grote invalshoeken, zodat er de pitch-control sterk afneemt. Het kan de neus naar beneden of naar boven pitchen, al naar gelang het type horizontale staartvlakken.
  • Vliegtuigen met een T-staart kunnen in een deep-stall terechtkomen, omdat het vliegtuig vanzelf verder pitcht. Hier is meestal niet meer uit te komen.
  • Het vliegtuig wordt deels onbestuurbaar. De besturingsvlakken werken slecht of niet, en het vliegtuig doet wat het zelf wil. Het vliegtuig kan bijvoorbeeld oncontroleerbaar gaan rollen (wing rock).

 Bij sommige fighters zijn de gevolgen van een stall meestal nog vervelender dan bij airliners en sportvliegtuigen.
 Enkele voorbeelden van het stall-gedrag van fighters:

  • Bij de F-4 worden de rolroeren uitgeschakeld als de invalshoek zo'n 24 graden is, om te voorkomen dat één van de vleugels overtrekt door een rolroeruitslag. Als een Phantom echt overtrekt, is de kans groot dat hij in een flat spin terecht komt. Pas na een aantal operationele jaren werd een techniek gevonden om daar weer uit te komen.
  • De F-104 met zijn T-staart loopt het grote gevaar om bij een stall in een deep-stall terecht te komen; hier is niet meer uit te komen. Om dit te verhinderen is de 104 voorzien van een stick-shacker (als waarschuwing) en een kicker, die de stick naar voren beweegt als de vlieger niet reageert op de shacker.
  • De F-16 is gelimiteerd tot invalshoeken van 25 graden, hoewel maximale lift pas bij 35 graden wordt bereikt. De flight-computer doet er alles aan om de F-16 beneden 25 graden invalshoek te houden. Als een F-16 onverhoopt toch buiten dit gebied komt, houdt de flight-computer op het vliegtuig te besturen, en moet de vlieger het probleem zonder hulp van de computer op te lossen.

 Uit de bovenstaande (en andere) voorbeelden kan geconcludeerd worden dat de meeste fighters voorbij de stall
 niet meer controleerbaar te vliegen zijn. Wel zijn de vliegeigenschappen tegen de stall aan steeds beter geworden,
 omdat het belang van manoeuvres in dogfights steeds groter werd. De eerste fighter die bijna geen beperkingen
 heeft qua invalshoek is de F/A-18. Deze kan (even) tot een invalshoek van 83 graden vliegen. Bij grote
 invalshoeken worden de rolroer en rudderuitslagen steeds verder beperkt tot uiteindelijk nul. Of deze capaciteiten
 ook operationeel gebruikt worden is onduidelijk.

 Post-stall manouvring

 Sinds begin jaren zeventig wordt er gestudeerd op 'post-stall manouvring', ofwel gecontroleerd vliegen en
 manoeuvreren voorbij de stall. De vleugel levert in
 deze situatie nog wel lift, maar minder dan maximale
 lift. Dit kan gunstig zijn, omdat het vliegtuig dan niet
 zo zwaar belast wordt. De weerstand is in veel hoger
 dan in normale vluchtcondities, zodat het vliegtuig
 meestal snel snelheid verliest.

 Een probleem is dat de besturing en de stabiliteit van
 een conventioneel vliegtuig dramatisch afnemen
 voorbij de stall. Eén van de methoden om een vlieg-
 tuig toch stabiel en bestuurbaar te houden bij grote
 invalshoeken is gebruik te maken van de thrust
 vectoring. Door de stuwstraal van de motor te
 draaien, kunnen dezelfde krachten worden opgewekt
 die anders met de staartvlakken en de besturings-
 vlakken worden opgewekt. Er zijn dus speciale nozzles
 nodig die de stuwstraal afbuigen, en daar wordt nu
 hard aan gewerkt. De stuwstraal wordt meestal
 maximaal 20 graden afgebogen. Een voorbeeld is de
 AVEN nozzle van de GE F110 motor.

 De thrust vectoring wordt gestuurd door de flight-computer. De motor is dus met alle besturingsorganen
 gekoppeld. De drie basisbewegingen kunnen als volgt gemaakt worden (als voorbeeld nemen we hier een F-15 met
 twee thrust vectoring motoren):

 Rollen: één motor buigt zijn stuwstraal naar beneden af,
 terwijl de andere naar boven afbuigt. Dit kan natuurlijk
 niet bij een eenmotorige thrust vectoring fighter
Pitchen: beide motoren buigen hun stuwstraal naar boven of beneden af
 Yawen: beide motoren buigen hun stuwstraal naar links
 of rechts af

 De operationele voordelen van post-stall manouvring zijn onder andere:

  • In een dogfight wordt veel G getrokken, wat ook veel weerstand tot gevolg heeft. Als een dogfight langer duurt, neemt de snelheid dan ook meestal af. Het vliegtuig dat onder die condities het best kan manoeuvreren, heeft de grootste kans het gevecht te winnen. Met thrust vectoring neemt de handelbaarheid en manoeuvreerbaarheid bij lage snelheden toe. Bij lage snelheden blijft de bestuurbaarheid op peil. Terwijl de effectiviteit van normale stuurvlakken afneemt bij lage snelheden, blijft een thrust vectoring motor even effectief.
  • het vliegtuig kan sneller geremd worden. Bij grote invalshoeken is de luchtweerstand erg groot, en kan het vliegtuig veel sneller snelheid verliezen dan met een speedbrake.
  • de 'nose pointing' mogelijkheden nemen dramatisch toe. Om wapens als de Sidewinder te kunnen gebruiken, moet de neus vrij precies naar de tegenstander gericht worden. In een conventionele dogfight kost dit meestal veel moeite om de heftig manoeuvrerende tegenstander 'in het vizier' te krijgen. Met thrust vectoring kan de neus vooral bij lage snelheden veel beter en sneller gericht worden.
  • er kunnen nieuwe manoeuvres gevlogen worden, die met conventionele vliegtuigen onmogelijk zijn. Dat dit voordelen heeft in een luchtgevecht mag duidelijk zijn.
  • in de air-to-ground taak kan het vliegtuig nauwkeuriger bommen gooien en kanonnen gebruiken. Normaal moeten koerscorrecties door bochten gemaakt worden, terwijl met thrust vectoring het vliegtuig heel anders bestuurd kan worden. ook in de raarste vliegtoestanden (spin, deep stall) is recovery mogelijk, terwijl dit bij de huidige fighters nog vaak tot een crash leidt. Geschat wordt dat dit de vredesverliezen met zo'n 20 procent kan reduceren.

 Enkele nieuwe manoeuvres die met een thrust vectoring fighter kunnen worden uitgevoerd zijn:


 Herbst turn: met naver-brander aan wordt de neus tot
 70 graden opgetrokken. Hierdoor remt het vliegtuig heel
 snel af, zodat een korte bocht gedraaid kan worden.
 Door een duik wordt weer snelheid opgebouwd.

Mongoose: eveneens met naverbrander aan wordt een bocht normaal begonnen door het vliegtuig te rollen. Terwijl het vliegtuig bijna 90 graden is wordt de invalshoek tot 70 graden verhoogd, zodat het weer sterk afremt. Door middel van thrust vectoring wordt het vliegtuig nu met de neus in de goede richting gedraaid, waarna de invalshoek verkleind wordt en de snelheid weer toeneemt.


 
Helicopter gun attack: terwijl het vliegtuig in de
 'binnenbocht' vliegt kan het de neus toch naar de
 tegenstander richten en de wapens gebruiken (een
 voorbeeld van nose-pointing).

Hammerhead: ongeveer zoals de hammerheads die MiG 29's demonstreerden op shows. In dit geval wordt het vliegtuig dwars op de stroming gezet, zodat het veel sneller afremt dan in het geval van de MiG 29. Met deze manoeuvre kan een achtervolger tot overshooten worden gedwongen.

 J-turn: een soort van stall-turn, maar ook hier wordt er
 extra geremd door de weerstand van het gestallde
 vliegtuig.


 
Met de X-31 en de F-16 MATV zijn testprogramma's uitgevoerd om de operationele waarde van post-stall
 manouvring te bepalen. In 1993 heeft de X-31 heeft 94 dogfights gedaan met een F/A-18, waarvan er 78 door de
 X-31, en 8 door de F/A-18 gewonnen werden, ofwel een verhouding van bijna 10:1. Er zijn ook dogfights
 uitgevoerd waarbij de X-31 geen thrust vectoring gebruikte, en daarbij was de verhouding 1:2,4 in het voordeel
 van de F/A-18. Met de F-16 MATV zijn dogfights gevoerd tegen operationele F-16C's. Er werden 110 one-versus-
 one en 60 one-versus-two dogfights gevlogen, en ook hier won de thrust vectoring F-16 het overgrote merendeel
 van de gevechten.

 De extra manoeuvreer-capaciteiten van een thrust vectoring vliegtuig zijn spectaculair. In een 1 versus 1 gevecht
 in het visuele bereik lijken de overwinningskansen van een thrust vectoring fighter aanzienlijk veel hoger dan die
 van een conventionele fighter. Het verhaal wordt wat anders bij een 'two versus two'. Er wordt dan meestal in
 paren gevlogen, waarbij de tweede vlieger als wingman zijn leider dekt (zie Top Gun). Het wordt dan erg gevaarlijk
 om post-stall manoeuvres te maken. Met een post-stall manoeuvre kan de directe tegenstander dan wel in een
 ongunstige positie worden gemaneuvreerd, maar daarbij wordt veel energie (snelheid) verloren. Dit maakt de
 kansen voor de wingman van de tegenstander erg groot, omdat deze zijn energie behouden heeft, en het gevecht
 op zijn manier kan uitvechten.

 Een ander punt is dat post-stall manouvring geen nut heeft als lange-afstands raketten (Sparrow, AMRAAM)
 worden gebruikt. Echter, in bijna alle oorlogen bleken long-range wapens niet erg bruikbaar. De toenemende nadruk
 op stealth maakt het gebruik van lange-afstands wapens nog onzekerder. Als laatste 'maar' moet nog genoemd
 worden dat de 'nose-pointing' capaciteiten niet meer nodig zijn als er met een 'helmet-mounted sight' in plaats van
 een HUD gewerkt wordt. De vlieger kan dan opzij kijken naar de tegenstander en zo een raket lanceren. Ook
 raketten met een groter blikveld zouden nose-pointing overbodig kunnen maken. Het killen met een gun blijft
 echter onveranderd.

 Verbetering prestaties

 Met thrust vectoring kunnen de prestaties (andere dan manoeuvre prestaties) ook verbeterd worden, zodat de
 fighter effectiever wordt.

 In bijna alle fasen van de vlucht moeten de horizontale staartvlakken een balanskracht leveren om het vliegtuig in
 evenwicht te houden (trimmen). Deze liftkracht kan naar beneden of naar boven zijn, maar is meestal naar
 beneden. Hierdoor moet de vleugel weer wat extra lift leveren. In alle gevallen kost de balanskracht van de
 staartvlakken extra weerstand (trimweerstand), en dus brandstof. De balanskracht van de horizontale
 staartvlakken kan helemaal overgenomen worden door thrust vectoring motoren. Deze draaien dan hun stuwstraal
 onder een kleine hoek naar boven of beneden, zodat de trimweerstand vervalt. Door het zuinigere vliegen kan het
 vliegbereik toenemen met naar schatting 3-5 procent, of kan dezelfde afstand gevlogen worden met meer
 bewapening.

 Bij nieuwe ontwerpen kunnen de staartvlakken op zijn minst kleiner worden uitgevoerd. Dit betekent een verdere
 vermindering van de weerstand. Mogelijk hoeven helemaal geen staartvlakken gebruikt te worden, waardoor de
 luchtweerstand nog kleiner wordt en de constructie ook nog eens lichter kan worden uitgevoerd. Het vliegbereik of
 de wapenlast zal dan nog verder toenemen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zo'n ontwerp éénmotorig zal zijn, omdat
 een motorstoring in dat geval erg grote problemen zal opleveren.

 Een ander voordeel van thrust vectoring is dat het vliegtuig bij lage snelheden sneller stuurt. Bij de start reageert
 een fighter relatief langzaam op stuurcommando's. Tijdens de start moet het vliegtuig geroteerd worden: de neus
 moet omhoog om een invalshoek te bereiken waarbij voldoende lift wordt geleverd om het vliegtuig van de grond te
 tillen. Het roteren gaat relatief langzaam (1-4 seconden), waarbij eigenlijk onnodige meters over de startbaan
 worden afgelegd. Met thrust vectoring kan deze tijd grofweg gehalveerd worden, zodat de startbaanlengte
 afneemt.

 Stealth

 Stealth wordt niet zozeer bereikt door het absorberen van de radarstralen, maar veel meer door het gecontroleerd
 laten weerkaatsen van die stralen. Als de reflecties de radarantenne niet bereiken, wordt het vliegtuig niet
 waargenomen. De facet-constructie van de F-117 bereikt dit doel door de radarstralen in slechts enkele richtingen
 te weerkaatsen, allemaal weg van de bron. Onder enkele specifieke hoeken is een F-117 echter wel te zien, maar
 meestal ziet de radar deze stand van het vliegtuig maar één keer, en dat wordt dan vaak weggefilterd als zijnde
 een fout, of het is te weinig om de wapens mee te richten. Bij nieuwere stealth-vliegtuigen, zoals de YF-22 en de
 YF-23, zijn veel rondere vormen toegepast, maar is ook te zien dat enkele hoeken steeds terugkeren. Dezelfde
 techniek als bij de F-117 wordt hier dus toegepast.

 Een probleem bij stealth-vliegtuigen vormen alle uitsteeksels aan het vliegtuig, omdat deze extra reflecties geven.
 De staartvlakken vormen dus ook een probleem, en al helemaal als ze kunnen bewegen, omdat de richting van de
 radar-reflecties dan niet meer gecontroleerd kan worden. Het zal duidelijk zijn dat de ontwerper de staartvlakken
 liever kwijt dan rijk is. Bij de ontwikkeling van de F-117 was dit al waar te nemen. De F-117 heeft geen horizontale
 staartvlakken, en in eerste instantie waren de schuine verticale staartvlakken erg klein. De originele staartvlakken
 bleken na enige tijd echt te klein voor de stabiliteit, en er moesten noodgedwongen grotere staarten gemonteerd
 worden.

 Zoals in het voorgaande al duidelijk is geworden, kunnen door de toepassing van thrust vectoring de horizontale en
 verticale staartvlakken kleiner worden, of zelfs helemaal weggelaten worden. De voordelen voor de stealth-
 eigenschappen zijn aanzienlijk, en dus een extra reden voor de toepassing van thrust vectoring.

 Thrust vectoring prototypes

 Na de theorie volgt nu de praktijk: de prototypes die uitgerust zijn met thrust vectoring. Ze zijn ongeveer
 chronologisch opgesomd.

 F-15 S/MTD (STOL / Manouvring Technology Demonstrator)

 Deze speciale versie van de F-15 werd op verzoek van de USAF ontwikkeld en getest door McDonnell-Douglas. Met
 dit vliegtuig werden vier nieuwe technologieën getest:

    1.     twee-dimensionale thrust vectoring (omhoog-omlaag, niet opzij) en straal-omkering
    2.    koppeling tussen besturing en voortstuwing
    3.    Short Take-Off and Landing (STOL) op onverharde banen met een special landingsgestel
    4.    geavanceerde cockpit-technologie

 Uiterlijke veranderingen aan de F-15 S/MTD zijn fore-planes (canard-vleugels) aan de luchtinlaten (gemodificeerde
 F-18 staartvlakken). De normale ronde nozzles van de F100 motor zijn vervangen door vierkante nozzles die 20
 graden naar boven en beneden gedraaid kunnen worden. In de nozzles zijn thrust-reversers verwerkt, die naast
 voor een korte landing ook in de vlucht te gebruiken zijn. Het flight-control system stuurt de fore-planes,
 flaperons, horizontale staartvlakken en de TV nozzles aan. De besturing van het vliegtuig wordt dus gedeeltelijk
 gedaan door de motoren.

 De F-15 S/MTD maakte zijn eerste vlucht in 1988, en het testvliegen eindigde in 1990. Met de genoemde
 modificaties zijn de prestaties van de F-15 op een aantal punten aanzienlijk verbeterd:

  • de het vliegbereik is 13 procent groter
  • de rolsnelheid is 24 procent groter
  • de pitch-snelheid bij lagere snelheid is verdubbeld
  • de benodigde start- en landingsbaanlengte is met 39 procent afgenomen

 De F-15 S/MTD is vanaf 1991 voor een ander project in gebruik, en wel het ICAAS (integrated controls and
 avionics for air superiority).

 F-18 HARV (High-Alpha Research Vehicle)

 Sinds 1987 is de NASA bezig met een onderzoeksprogramma naar het vliegen met grote invalshoeken (de 'alpha' in
 high-alpha). Het eerste deel van het testvliegen werd gedaan met een normale F/A-18A, maar in 1991 werd een
 special aangepaste F/A-18 in gebruik genomen, die als F-18 HARV aangeduid wordt. De F-18 HARV is voorzien van
 een relatief eenvoudige thrust vectoring nozzle, die bestaat uit drie 'paddles' van staal die de stuwstraal afbuigen.
 De paddles zitten aan het airframe vast, en niet aan de motor. De nozzles van de motoren zijn verwijderd,
 waardoor deze F-18 niet meer supersoon kan vliegen. Verder is de flight-computer aangepast, en stuurt deze ook
 de motor en de paddles aan.

 Met de F-18 HARV zijn de volgende resultaten geboekt:

  • stabiele, gecontroleerde vlucht bij 70 graden invalshoek (was 55 graden bij een normale F/A-18)
  • vier maal zo hoge rolsnelheden als een normale F/A-18 door de nozzles respectievelijk naar boven en beneden te draaien.
  • hoge rollsnelheden bij 65 graden invalshoek. Bij een normale F/A-18 worden de rolroeren uitgeschakeld bij grote invalshoeken, zodat er niet meer gerold kan worden boven 40 graden invalshoek.

 YF-22

 De YF-22 prototypes hebben gevlogen met thrust vectoring P&W F119 en
 GE F120 motoren. Beide motortypes hadden twee-dimensionale nozzles,
 zodat er alleen pitch control is. In het relatief korte testprogramma heeft de
 YF-22 tot invalshoeken van 60 graden gevlogen. De toepassing van thrust
 vectoring motoren lijkt hier vooral te zijn om ook bij lage snelheden
 voldoende bestuurbaarheid te waarborgen. Of er post-stall manoeuvres mee
 gevlogen kunnen worden is niet helemaal duidelijk.

 Su 27LL-PS en Su 35

 Een Su 27UB is voorzien van twee- en driedimensionale nozzles, en heeft de aanduiding Su 27LL-PS gekregen. Ook
 is de Su 35, een verdere ontwikkeling van de Su 27, voorzien van thrust vectoring motoren. Details over prestaties
 zijn niet bekend.

 X-31A EFM (Enhanced Fighter Manouvrability)

Het X-31 Enhanced Fighter Manouvrability programma wordt betaald
 door de US Navy, US Air Force en Duitsland, terwijl de NASA de
 testvluchten doet. De X-31 is ontworpen en gebouwd door Rockwell
 en MBB. MBB was al sinds 1977 bezig met plannen voor een thrust
 vectoring fighter. Hun voorstel voor de TKF-90 uit 1980 was
 voorzien van thrust vectoring motoren en zou post-stall
 manouvrability hebben. Toen alle partijen voor de Eurofighter 2000
 bij elkaar kwamen, bleef de configuratie van de TKF-90, maar
 verdwenen de thrust vectoring motoren. De interesse bleef echter
 bij MBB, en in 1983 werd een samenwerking met Rockwell aangegaan
 op dit gebied. In 1986 leidde dat tot een opdracht voor de X-31. De
 configuratie van de X-31 lijkt erg veel op die van de TKF-90 en de
 EF2000.

 De X-31 is een puur experimenteel vliegtuig, ongeveer zo groot als
 een A-4 Skyhawk. Veel onderdelen zijn afkomstig van andere vliegtuigen. De twee bijzondere zaken zijn de thrust
 vectoring motor (ietwat primitief met paddles in de stuwstraal) en een flight-computer die ook de motor aanstuurt
 en ook geschikt is om bij hele grote invalshoeken de boel onder controle te houden. Er zijn zes hoofddoelen voor de
 X-31:

    1.    post-stall manouvrability
    2.    'steep decent capability', waarschijnlijk een wens van de USN om steilere carrier approaches te kunnen
           maken

    3.    verbeterde conventionele manoeuvreerbaarheid
    4.    verbeterde 'decoupled fuselage aiming' ofwel 'nose-pointing'
    5.    verbeterde afrem-mogelijkheden
    6.    verbeterde negatieve G capaciteiten (nu meestal beperkt tot enkele seconden)

 Enkele hoogtepunten in het testprogramma:

  • stabiele, gecontroleerde vlucht bij 70 graden invalshoek
  • het uitproberen van nieuwe manoeuvres, zoals de Herbst manoeuvre
  • middels de software van de flight-computer is gesimuleerd dat de verticale staart niet aanwezig was, waarbij de motor de taken ervan overnam.
  • Mock-up dogfights met een F/A-18

 Het testprogramma van 520 testvluchten werd in januari 1995 afgerond. Mogelijk wordt de X-31 nu nog gebruikt
 door de USN om te bestuderen op steilere landingen op carriers mogelijk zijn, waarbij dan geen kabels en vanghaak
 meer nodig zijn.

 F-16 MATV (Multi-Axis Thrust Vectoring)

 Een bijzondere F-16 is de NF-16D VISTA (Variable In-flight Stability Test Aircraft). Dit vliegende laboratorium is
 onder andere bedoeld om nieuwe stabiliteits- en besturingsconcepten mee te ontwikkelen en te testen. In 1993
 werd het toestel voorzien van een General Electric F110 met een Axi-symmetric Thrust Vectoring Engine Nozzle
 (AVEN) thrust vectoring nozzle in het kader van het Multi-Axis Thrust Vectoring (MATV) programma. Dit programma
 is vooral bedoeld om nieuwe technieken en tactieken te ontwikkelen voor thrust vectoring fighters.

 De nozzle is bijzonder, omdat het de eerste axi-symmetrische nozzle is, zodat de stuwstraal heel exact in elke
 gewenste richting kan worden afgebogen. Dit in tegenstelling tot de primitievere nozzles van de F-15 S/MTD, de
 F-18HARV en de X-31. De AVEN nozzle kan 15 graden draaien in full mill, en 17 graden met naverbrander aan. Een
 ander belangrijk punt van de AVEN nozzle is dat de F-16 ook supersoon kan vliegen (i.t.t. de F-18 HARV).

 Bij de F-16 MATV vindt pitch thrust vectoring alleen plaats beneden 300 knots. De normale 25 graden invalshoek
 limiet is dan opgeheven. Met de stick wordt dan de pitch-snelheid geregeld, en niet meer de invalshoek. Als je de
 stick loslaat blijft het vliegtuig in de stand van dat moment vliegen. De maximale pitch-snelheid is 50 graden per
 seconde; anders gezegd: in minder dan 2 seconden is de invalshoek 90 graden (dwars op de vliegrichting dus).
 Yaw thrust vectoring wordt bestuurd met het voetenstuur, en is alleen mogelijk beneden 250 knots. Ook hier geldt
 dat als het voetenstuur niet gebruikt wordt, blijft het vliegtuig in die stand vliegen.

 Met de F-16 MATV zijn bijzondere prestaties gehaald, zoals:

  • gecontroleerd continu vliegen met 83º invalshoek
  • kort vliegen met 180º invalshoek (achterstevoren dus)
  • vliegen met 40 graden yaw-hoek
  • bij 90º invalshoek en snelheid nul (ofwel: verticaal stilhangend) de neus kunnen draaien naar een doel

 In 1994 werd de AVEN F110 weer verwijderd, en werden weer normale VISTA testvluchten uitgevoerd. Op dit
 moment wordt een thrust vectoring versie van de Pratt & Whitney F100 geïnstalleerd. De installatie van deze
 thrust vectoring motor is definitief, zodat we in de komende jaren waarschijnlijk nog meer spectaculaire dingen
 kunnen verwachten van deze F-16.

 F-15 ACTIVE

 De F-15 ACTIVE (Advanced Controls Technology for Integrated Vehicles) is een vervolg op de F-15 S/MTD. De
 tweedimensionale nozzles zijn vervangen door axi-symmetrische nozzles, zoals bij de F-16 MATV. Met deze nieuwe
 nozzles kan dus ook naar links of rechts worden gevectord, zodat de mogelijkheden verder toenemen. De F-15
 ACTIVE moet zijn eerste vlucht nog gaan maken. Mogelijk zullen in 1998 testen worden gevlogen met 50 procent
 verkleinde verticale staartvlakken.

 X-36

 Enkele weken geleden is een eerste model getoond van de X-36. De X-36 is
 een project van de NASA en McDonnell-Douglas, en zal een onbemand,
 staartloos prototype met thrust vectoring worden. Het heeft ook split-
 ailerons (zoals de B-2) voor yaw-control. Op het moment worden twee 28
 procent schaalmodellen van het eigenlijke, bemande ontwerp voor het eerst
 getest, en zal deze zomer voor het eerst vliegen.

 De toekomst

 De resultaten met de thrust vectoring prototypes zijn indrukwekkend. De F-22 wordt de eerste operationele fighter
 met thrust vectoring (zij het met alleen pitch control). Het lijkt het er op dat met de komst van thrust vectoring
 fighters alle oudere fighters behoorlijk ver achterop raken. De vervanging van de motoren van bestaande
 vliegtuigen (F-15, F-16, F/A-18) is echter mogelijk. De Israëlische luchtmacht, die in het begin de F-16 MATV
 steunde, heeft overwogen haar F-16 om te bouwen. Opvallend is dat de hele generatie nieuwe Europese fighters
 (JAS-39, Rafale en EF2000) geen thrust vectoring heeft. De ontwerpen die nu nog op papier staan hebben echter
 bijna zonder uitzondering thrust vectoring. Het lijkt daarom zeker dat thrust vectoring, post-stall manouvring en
 kleine of ontbrekende staartvlakken de nieuwe norm worden voor fighters.

Rob de Bie

 
 Extra's:
 
AIM artikel index
 
AIM voorraad
 
Follow Me online

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
                                        home | forum | volkel ab | aim | movements | airshow | contact | links